50+


'Een leven lang sporten' is een veel gehanteerde uitspraak. Een vijftiger uit begin 1900 is bijna niet meer te vergelijken met een vijftiger van de 21e eeuw. Men voelt zich langer jong en wil dat vooral zo houden. Dan moet er ook voor elk wat wils zijn in het sportaanbod en moeten er randvoorwaarden ingevuld worden om mensen langer aan het sporten te houden.
 
Beargumentering van het beleidsthema
 
Het absolute aantal ouderen in Nederland neemt tot 2030 sterk toe
Volgens de prognose van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) neemt het aantal 65-plussers toe van 2,29 miljoen in 2005 tot 3,82 miljoen in 2030, een stijging van meer dan 50%. Het percentueel aandeel van 65-plussers op de totale bevolking, als maat voor vergrijzing, loopt op van 14,0% in 2005 naar 22,3% in 2030. Na 2030 vindt zowel in absolute zin als wat betreft het percentueel aandeel een lichte daling plaats, maar het aandeel der zeer ouden binnen de groep neemt nog toe, terwijl de ‘jongere’ groep kleiner wordt (prognose uit CBS/Statline, 31-01-2005, middenvariant).
 
Ziekten verminderen maatschappelijke participatie van ouderen
Behalve leeftijd, geslacht, sociaal-economische status en burgerlijke staat is ook de gezondheid van invloed op de maatschappelijke participatie van ouderen. Ouderen die een ziekte hebben, zijn in maatschappelijk opzicht beduidend minder actief dan ouderen zonder ziekten. Ongeveer 50% van de ouderen zonder ziekte heeft een betaalde baan tegenover een derde van de ouderen die één of meer ziekten hebben (Gezond actief : de relatie tussen ziekten, beperkingen en maatschappelijke participatie onder Nederlandse ouderen, RIVM, 2005).
 
Verantwoord bewegen kan voor een groot aantal langdurige aandoeningen het beloop gunstig beïnvloeden
Een inactieve leefstijl bij mensen met langdurige aandoeningen verhoogt niet alleen het risico op overgewicht, maar ook het risico op functionele beperkingen en daarmee het verlies op zelfstandigheid. Daartegenover staat dat verantwoord bewegen het verloop van een groot aantal langdurige aandoeningen gunstig kan beïnvloeden en daarmee de zelfstandigheid en de kwaliteit van leven van mensen kan vergroten
(Chorus, A.M.J., congres ‘Sport en bewegen bij Ouderen’, 2007).
 
Toename van diabetes, hartziekten, astma en COPD bij ouderen
Epidemiologische toekomstverkenningen laten een beeld zien van een toenemende prevalentie van ziekten. Volgens het ouderenrapport van het RIVM en SCP zijn er per 1.000 ouderen vooral meer gevallen te verwachten van diabetes, hartziekten, astma en COPD (van den Berg Jeths et al., ‘Ouderen nu en in de toekomst’, 2004).
 
Ouderen bewegen minder dan de gemiddelde bevolking
Het percentage personen dat aangeeft geen enkele vorm van lichamelijke activiteit te verrichten, neemt sterk toe na het 65e levensjaar. Ouderen besteden minder tijd aan wandelen, fietsen, sport en klussen dan de gemiddelde bevolking. Meer dan de helft (55%) van de Nederlandse senioren is inactief of niet voldoende lichamelijk actief volgens de Nederlandse Norm gezond bewegen (5 dagen per week minimaal 30 minuten matig intensief bewegen) (Jansen, J. et al., ‘Tijd voor gezond gedrag’, RIVM, 2002).
 
Gedragsverandering loont, ook voor ouderen
Het is aangetoond dat ook bij ouderen gezondheidswinst te behalen is door gedragsverandering in de vorm van minder en gezonder eten, niet roken en meer bewegen. In een groot internationaal onderzoek zijn aanzienlijke positieve effecten gevonden van dieet en actieve leefstijl op het voorkomen van vroegtijdige sterfte bij ouderen tussen zeventig en negentig jaar (Gezondheidsraad, ‘Vergrijzen met Ambitie’, 2005).
 
 
 
 
 
 
 
Toekomstvisie
 
Trends in beweegstimulering:
  • Het absolute aantal 65-plussers in Nederland neemt tot 2030 sterk toe van 2,29 miljoen in 2005 tot 3,82 miljoen in 2030. Percentueel is dat van 14% naar 22,3% (prognose CBS/Statline, 31-1-05 middenvariant);
  • Toename van diabetes type 2, hart- en vaatziekten, astma en COPD bij senioren (van den Berg Jeths et al., 2004: Ouderen nu en in de toekomst);
  • Meer dan de helft (55%) van de Nederlandse senioren is inactief of niet voldoende lichamelijk actief volgens de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (Jansen, 2002);
  • Het percentage sportbeoefenaars neemt met een toenemende leeftijd af; 62% van de 65-plussers beoefent sport (RSO Mulierinstituut, 2007);
  • Minder dan een derde (29%) van de 65-plussers is lid van een sportvereniging (RSO Mulierinstituut, 2007).
 
Wanneer het aantal mensen boven de vijftig jaar en ouder exponentieel toeneemt, moet er in toenemende mate aandacht zijn voor voldoende sportaanbod wat voldoet aan de wensen en behoeften. Deze nieuwe generatie heeft specifieke ideeen over zijn of haar beweegactiviteiten en hiermee veranderen ook de kwaliteitseisen die aan de beweegactiviteiten gesteld worden. Om voldoende aanbod voor deze generatie senioren te waarborgen is op lokaal overheidsniveau een adequate beleidsvoering nodig die in de beweeg-vraag voorziet. Daarnaast is het een taak voor de uitvoerende partijen om vraag en aanbod van bewegen met elkaar in evenwicht te laten zijn. Een adequate communicatie over de mogelijkheden van sporten voor senioren is hierbij van belang. Een sportaanbieder moet vooral kijken naar waarborging van kwaliteit en naar de randvoorwaarden die een senior aan het sportaanbod stelt.
Doelstellingen van beleidsthema
 
Het stimuleren van sportdeelname heeft een positieve betekenis voor sportende burgers:
 
  • Het verbeteren van de kwaliteit en het aantal lesgevers van het sportaanbod voor 50-plussers;
  • Speciaal voor senioren in alle takken van sport een (recreatief) aanbod is;
  • Toegankelijkheid (prijs, bereikbaarheid etc.) van het sportaanbod specifiek voor 50-plussers trachten te verbeteren (een voorbeeld hiervan is het introduceren van een seniorensportpas);
  • Sportfaciliteiten voor 50-plussers verbeteren;
  • De informatievoorziening over sport- en beweegmogelijkheden trachten te verbeteren.


Resultaten
 
  • Meer 50-plussers voldoen aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen: In 2010 voldoet tenminste 65% van de Nederlandse volwassenen aan de combinorm (NNGB en/of fitnorm);
  • Meer 50-plussers nemen deel aan de (on)georganiseerde sport (>62%);
  • Meer 50-plussers (>29%) zijn lid van een sportvereniging;
  • 50-plussers worden beter geinformeerd over de sport en beweegmogelijkheden binnen de gemeente;
  • Meer sport- en beweegfaciliteiten voor 50-plussers;
  • Individuele sport- en beweegvoorzieningen voor senioren (sportrolstoel, etc.);
  • Ontwikkeling van een sportreductie systeem voor senioren;
  • Het verbeteren van vervoersmogelijkheden van senioren naar de sportaccomodaties toe.

 

Activiteiten en middelen
 
  • 'Taskforce Sport en Bewegen 50+', focus op beleidsontwikkeling met diverse netwerkpartners voor sport en bewegen van 50-plussers (www.nisb.nl/taskforce50+/);
  • 'Groninger Actief Leven Model', GALM (en SMALL, SCALA, ACTOR) is een sportstimuleringsaanpak voor inactieve of semi-acteve 50-plussers (www.galm.nl);
  • 'Communities in Beweging', sportstimuleringsmethode voor inactieve kwetsbare groepen (www.communitiesinbeweging.nisb.nl);
  • Big!Move, project gericht op gedragsverandering (http://www.bigmove.nu);
  • De COACH-methode, een wetenschappelijk onderbouwd programma om lichamelijk actiever te worden (http://www.coachmethode.nl/wp).


Monitoring en evaluatie
 

 

Handige tips
 
  • Betrek de doelgroep bij het invullen van activiteiten.

 

Inspirerende voorbeeldprojecten
 
 
Ook staan veel voorbeelden beschreven op: www.30minutenbewegen.nl/50plus onder werkprogramma NISB, pilotprojecten Netwerkaanpak en Taskforce.
 
Mogelijke samenwerkingspartners
 
  • Sportverenigingen;
  • Fitnesscentra en andere commerciële aanbieders;
  • Sportbedrijf of Sportservicepunt;
  • Provinciale sportraad of huis voor de sport;
  • Stichting Welzijn Ouderen;
  • Lokale of regionale GGD;
  • Ouderen- of vrouwenorganisaties.

 

 

Interessante links en relevante literatuur
 
Links:
 
Literatuur:
  • Mulier instituut (2007) Sporters in beeld- Sportersmonitor 2005-2006;
  • Van den Berg Jeths et al. (2004). Ouderen nu en in de toekomst;
  • Jansen, J. et al.(2002). Tijd voor gezondheid gedrag: RIVM;
  • Gezondheidsraad (2005). Vergrijzen met ambitie.