Jeugd


'Jong geleerd, is oud gedaan' is een veel gebruikte uitspraak. Sport en spel is leuk en daarom neemt de jeugd massaal deel aan deze activiteiten. Maar niet iedereen sport. Bovendien is er veel jeugd, name tussen de 10 en 12 jaar en tussen 16 en 18 jaar, die afhaakt. Sport en spel hebben diverse functies en betekenissen die in de rest van de levensloop goed van pas kunnen komen.
 
 
Beargumentering van beleidthema
 
Dit thema betreft sport om de sport en wel om pedagogische, mentale en culturele aspecten. Denk hierbij aan individuele betekenis van sport als bijdragen aan persoonlijkheid, zelfbeeld, psychisch- en sociaal welbevinden, weerbaarheid, cognitieve ontwikkeling en sociale vaardigheden. Dit is vooral van toepassing op de jeugd.
Toekomstvisie
 
Nog steeds komt een groot deel van de jeugd vroegtijdig in aanraking met sport maar een steeds grote deel niet. De sportvereniging is traditioneel de belangrijkste sportaanbieders van Nederland. Toch is de sportvereniging al lang niet meer de enige plek waar de jeugd kan sporten en bewegen. Door de BOS-impuls is ruime aandacht voor het stimuleren van sportactiviteiten in de wijk en het Nationaal Actieplan Sport en Bewegen richt zich specifiek op het stimuleren van bewegen binnen de verschillende settings. Juist inactieve kinderen en jongeren vragen om een specifieke aanpak en zijn eerder geneigd om te sporten en bewegen binnen hun eigen setting dan aan te sluiten bij de vereniging.
Doelstellingen van het beleidsthema
 
  • Stimuleren dat meer kinderen gaan sporten;
  • Stimuleren dat kinderen meer gaan sporten;
  • Voorkomen sportuitval bij de jeugd.


Resultaten
 
  • Een verhoogde sportparticipatiegraad (= het percentage jeugdigen dat 12 keer of meer per jaar aan sport doet);
  • Het verhogen van het verenigingslidmaatschap of het behoud van het aantal mensen dat lid is van de georganiseerde sportsector.
Activiteiten en middelen
 
  • Sportkennismakingslessen op school;
  • Instellen van sportpas voor verenigingsporten;
  • 'Kies voor Hart en Sport', een programma dat kinderen uit groep (6), 7 en 8 laat kennismaken met een sport die bij ze past (www.kiesvoorhartensport.nl);
  • 'Alle leerlingen aktief!', een interventie die zich richt op leerlingen van zowel basisonderwijs als voortgezet onderwijs. Het doel is inactieve leerlingen aan te zetten tot meer sporten en bwegen door middel van motivatiegesprekken met leerkrachten (website is nog in ontwikkeling, meer informatie bij NISB).
Monitoring en evaluatie
 
  • Bijhouden van (jeugd)ledencijfers van verenigingen;
  • Vraag in omnibusenquete van gemeente over lidmaatschap sportvereniging;
  • Gebruik de vragenlijsten van de Richtlijn Sportdeelname Onderzoek (zie www.mulierinstituut.nl).

 

 
Handige tips
 
Als een gemeente er voor kiest om inwoners te stimuleren meer te gaan sporten en bewegen heeft dit de nodige consequenties. Kiezen voor sportstimulering betekent automatisch kiezen voor een goed sport en beweegaanbod. Aanbieders van sport en beweegactiviteiten moeten kwalitatief en kwantitatief in staat zijn om nieuwe doelgroepen op vangen. Het aanbod en de kwaliteit van sportaccommodaties moeten in orde zijn en sport en beweegruimtes moeten zo ingericht zijn dat het mensen stimuleert om te gaan bewegen. Mensen wel stimuleren om te gaan bewegen maar er niet voor zorgen dat de randvoorwaarden om te kunnen bewegen in orde zijn is dweilen met de kraan open. Sport- en beweegstimulering heeft daarom veel raakvlakken met de thema’s Sport en Onderwijs, Sport- en beweegaanbieders, Sportaccommodaties en Sport en speelruimtes in de wijk
Inspirerende voorbeeldprojecten
 
Mogelijke samenwerkingspartners
 
  • Sportverenigingen en andere sportaanbieders;
  • Sportbonden en NOC*NSF;
  • Nederlandse Katholieke Sportfederatie (NKS);
  • Provinciale sportraden of Huizen voor de sport;
  • Zelforganisatis.


Interessante links en relevante literatuur